Camino de Santiago

17 april 2013
Over een paar dagen vlieg ik naar Porto om daarvandaan naar Santiago de Compostela te lopen.

Op 7 mei 2005 liep ik voor het eerst naar Santiago. Een tocht van 800 kilometer, van noordoost Spanje naar noordwest Spanje. 
Elke pelgrim zal het beamen als ik zeg dat pas later duidelijk wordt, wat het pelgrimeren met je doet of heeft gedaan, maar
wat mij het meeste bijbleef was het feit dat ik op mijn tocht alles op mijn pad kreeg wat ik nodig had.

Toen ik op een gegeven moment behoefte had om alleen te lopen, kwam ik gek genoeg geen mens meer tegen onderweg, terwijl de herbergen vol zaten en we elke ochtend met honderden tegelijk vertrokken, maar op de één of andere manier kwam ik vrijwel niemand tegen tot ik ’s avonds weer in een andere herberg was. Op het moment dat ik wel weer zin had in gezelschap ontmoette ik Sandro en Cisco, met wie ik de laatste 10 dagen heb samen gelopen.

Op een dag was ik verkeerd gelopen en moest ik een heel eind teruglopen voordat ik weer op het juiste pad liep, ondertussen was de zon gaan schijnen en was het enorm warm geworden.

Mijn water was op en ik baalde ervan dat ik mijn flessen niet had gevuld in het vorige dorp (want ik dacht nog maar een uurtje te hoeven lopen, dat was voordat ik verkeerd liep). Toen ik een klein stukje verder liep, stond er in ‘the middle of nowhere’ een Spaans mannetje met een chagrijnig gezicht. Ik zei hem gedag in het Spaans en plotseling verscheen er een grote lach op zijn gezicht. Hij zei geen gedag terug, maar vroeg alleen maar of ik water wilde!! Mijn flessen werden gevuld en ik werd ook nog meegenomen naar zijn eigen wijnmakerij.
Zo heb ik meer verhalen gehoord van andere pelgrims:
“De zon begon te schijnen en het werd enorm warm. Ik voelde dat ik aan het verbranden was, maar natuurlijk had ik geen zonnebrandcrème bij me. Tot ik opeens, echt recht voor mijn voeten, een tube zonnebrandcrème vond!”
Twee Nederlandse vrouwen die ik tegenkwam, waren vanuit Nederland komen fietsen. Zij waren ergens in midden Frankrijk toen ze de weg helemaal kwijt waren, ze wisten niet meer waar ze waren, dus hadden ze ook niets aan hun kaart. Ze stonden op een groot kruispunt, ergens in niemandsland toen er een motorrijder aankwam. Zonder dat zij erom vroegen, stopte hij bij ze. Hij wees ze aan waar ze waren, waar ze naartoe moesten, stapte weer op de motor en reed weer terug van waar hij vandaan was gekomen.
Zo kan ik nog een poosje doorgaan.

Ondertussen heb ik verschillende keren een camino de Santiago of een stuk ervan gelopen, waarvan ook twee keer met twee van mijn zoons en elke keer was er dezelfde ervaring. Dat ik of wij precies datgene kregen wat we nodig hadden en dat was niet altijd wat we wilden!
Een lift precies op het moment dat ik zo’n last had van mijn rug, dat ik echt niet meer verder kon. Pascal die alleen 33 kilometer liep en die water kreeg van twee Belgen precies op het moment dat hij het nodig had.
En okee, nog een laatste verhaal dan: Er was een man die niet genoeg tijd had om de hele camino te lopen, maar hij had zo’n weerzin om een stuk met de bus te gaan. Een paar dagen later kwam hij bij een herberg waar een fiets stond met daaraan een briefje: “Wie neemt mij mee naar Santiago? Ik ben begonnen met mijn eigenaar, maar hij wil ook ervaren hoe het is om de camino te lopen, dus neem mij alsjeblieft mee naar Santiago zodat mijn eigenaar mij weer mee kan nemen naar huis!”

Het grappige is dat ik er pas na vier keer lopen achter kwam, dat het in mijn dagelijkse leven niet anders is!
Ook hier krijg ik altijd precies datgene wat ik nodig heb.
Het probleem was thuis alleen, dat mijn leven zo gevuld was, dat ik de signalen niet zag.
Dat ik de tubes zonnebrandcrème of de flessen water over het hoofd zag doordat ik zo bezig was met andere dingen. (En ondertussen maar klagen dat er niets gebeurde!)

Nu ga ik weer pelgrimeren, voor de tweede keer met mijn jongste zoon en ik ben zo benieuwd wat er dit keer allemaal op ons pad komt!

FacebookMySpaceTwitterGoogle BookmarksLinkedinRSS Feed